IJsdagen

Op een ijsdag blijft het de hele dag vriezen.
Ook de hoogste temperatuur van het hele etmaal ligt dan dus onder nul.
Vrijwel elke winter telt er een aantal; in deze eeuw had De Bilt maar vijf winters zonder ijsdagen.
Normaal (gemiddeld over 1961-1990) heeft december hier 2 ijsdagen, in januari 4 en februari 3.
In het noorden en oosten zijn dat er 1 of 2 meer.
Ook in november en maart zijn wel ijsdagen voorgekomen.
In De Bilt is 3 november (1980) de vroegste datum met een ijsdag en 12 maart (1947) de laatste.

Een doorsneewinter telt dus in De Bilt 9 ijsdagen.
In strenge winters blijft het soms weken achtereen zonder onderbreking vriezen.
Zo telde de winter van 1947 in drie maanden tijd 46 ijsdagen.
In de winter van 1963 kwam De Bilt tot 42 ijsdagen en in 1940 waren het er 41.

In het noorden en oosten van het land komen meer dagen voor waarop het de hele dag blijft vriezen.
Zo telde de winter van 1963 in Eelde 55 ijsdagen en die van 1947 had er daar 51.
Het landelijk record staat op naam van weerstation Ternaard waar de winter van 1963 tot 61 ijsdagen kwam.

De langste periode waarin het ononderbroken bleef vriezen maakte het KNMI mee in 1947.
Van 4 tot met 24 februari waren er 21 ijsdagen op rij.
Het weerstation in Eelde zag de thermometer zelfs van 22 januari tot en met 24 februari 1947 niet boven nul komen.
Daar hadden ze een reeks van 34 ijsdagen.

In de winter van 1995/1996 kwam De Bilt in drie maanden tot 26 ijsdagen en Eelde tot 43.
Geen record, maar wel heel uitzonderlijk.
In de winter van 1996/1997 maakten we een bijzondere periode van ijsdagen mee.
Van 21 december 1996 tot en met 11 januari 1997 is de temperatuur in het oosten van het land niet boven nul gekomen.
Daarmee kregen we een indrukwekkende reeks van 22 ijsdagen!