Vorst aan de grond

De temperatuur wordt op weerstations gewoonlijk op 1,5 meter boven een grasvlakte gemeten.
Vlak boven de grond kan het temperatuurverloop echter anders zijn.
Tijdens een windstille en heldere nacht koelt het daar sterker af.
Voorwerpen op het aardoppervlak en ook bomen, struiken, bladeren en grassprietjes zenden voortdurend straling uit
en verliezen onder die omstandigheden snel warmte.

Wanneer de temperatuur op 10 cm hoogte boven kort geknipt gras tot onder het vriespunt daalt,
wordt dat in de weersverwachting aangekondigd als "vorst aan de grond".
Dit staat ook wel bekend als nachtvorst, de term die daar vroeger voor werd gebruikt.
Bij vorst aan de grond bevriest de in de lucht aanwezige waterdamp.
De bevroren druppeltjes zijn als een witte aanslag (rijp) te zien op het gras, lage struiken,
de bovenkant van houten hekwerken of daken en ruiten van auto's.

Voor de land- en tuinbouw is het zeer belangrijk te weten of de temperatuur bij het aardoppervlak onder nul kan komen. Door tijdig maatregelen te nemen, zoals bijvoorbeeld beregening, kan veel schade aan gewassen worden voorkomen.
Vooral voor gewassen die net in bloei staan, kan de vorst funest zijn.

Of het vlak bij de grond ook werkelijk tot vorst komt,
hangt behalve van de weersomstandigheden af van verschillende faktoren.
Voor de wind beschutte plaatsen zijn er in het algemeen het gevoeligst voor, maar ook van belang zijn bodemgesteldheid, begroeiing en hoogteverschillen.
Fruittelers ondervinden in de dalen van Zuid-Limburg bijvoorbeeld meer last van vorst dan de grond op de plateaus.